Waarom groei vaak eerst ongemakkelijk voelt
En waarom dat geen teken is dat je het verkeerd doet.
Er komt een moment waarop je wéét: “Zo wil ik niet meer verder.”
Je bent je bewuster geworden. Van je patronen. Van wat wringt. Van wat eigenlijk niet meer klopt.
En toch… verandert er nog niks.
Sterker nog: het voelt vaak onrustiger dan daarvoor.
Je twijfelt meer. Je voelt meer. Je bent minder zeker. En ergens vraag je je af:
“Had ik dit niet gewoon beter níét kunnen zien?”
Welkom.
Dit is geen terugval.
Dit is bewustwording in actie.
Bewustwording is geen quick fix
(en dat hoeft ook niet)
Er leeft een hardnekkig idee dat persoonlijke groei zoiets is als: inzicht → besluit → actie → beter voelen
Maar zo werkt emotionele groei zelden. Wat er meestal gebeurt is dit:
- Je wordt je bewuster van jezelf
- Je oude manieren werken niet meer
- Nieuwe manieren voelen nog niet van jou
- Je hangt… in het midden
En dat midden? Dat voelt ongemakkelijk. En dat is oké.
Het is juist zien hoe het werkt.
Waarom ongemak vaak een goed teken is
In persoonlijke groei is ongemak vaak geen waarschuwing, maar een overgangsgebied. Je zenuwstelsel moet wennen. Je identiteit schuift. Je interne waarheid krijgt een update.
Dat geeft spanning. Niet omdat je iets fout doet, maar omdat je systeem zegt:
“Dit is nieuw. Blijf even observeren.”
En precies daar haken veel mensen af. Ze willen terug naar ‘hoe het was’. Of vooruit naar ‘hoe het moet worden’. Maar groei gebeurt zelden in die uitersten. Ze gebeurt terwijl je blijft kijken naar wat er is.
Van weerstand naar zachtheid
De neiging is om dit ongemak te bestrijden:
- het te analyseren
- het weg te ademen
- het te verbeteren
- er snel ‘doorheen’ te willen
Maar zachtheid vraagt iets anders. Niet: “Hoe kom ik hier vanaf?”
Wel:
“Wat gebeurt er in mij, nu ik blijf kijken naar wat er is?”
Zachtheid is geen passiviteit. Het is aanwezig blijven zonder jezelf te forceren. En dát is vaak de echte verandering.
Mijn rol hier (en misschien ook die van jou)
Ik ben hier niet om je te pushen. Niet om je te vertellen dat je “nu echt actie moet nemen”. Ik ben hier als rustige uitlegger. Om te zeggen:
- dit hoort erbij
- je bent niet stuk
- ongemak is geen eindpunt
Misschien mag jij die rol ook iets vaker voor jezelf innemen: leren omgaan met het ongemak op een manier die voor jou werkt.
Denk bijvoorbeeld aan het bakken van brood. Het deeg rijst niet sneller als je er constant boven hangt en het duwt of drukt. Je hoeft het niet te forceren, maar je kunt wél zorgen dat het op een fijne plek staat, het goed verzorgd wordt, en af en toe kijken hoe het zich ontwikkelt.
Zo werkt het ook met ongemak: het gaat niet om het onmiddellijk oplossen, maar om ruimte geven, verzorgen en observeren totdat er vanzelf iets verandert.
Journal oefening – Zacht kijken naar ongemak
Neem hier echt even de tijd voor.
Geen mooie zinnen. Geen oplossingen.
Alleen observeren.
Een moment van zien hoe het werkt.
Niet om iets te veranderen — alleen om te observeren wat er in jou gebeurt.
Beantwoord de volgende vragen:
- Waar voel ik momenteel ongemak in mijn persoonlijke groei? (Emotioneel, mentaal, relationeel, werkgerelateerd – wat dient zich aan?)
- Wat werkte vroeger voor mij, maar voelt nu niet meer kloppend? (Niet oordelen. Alleen benoemen.)
- Wat voelt nieuw, onwennig of ‘nog niet van mij’? (En wat roept dat in mij op?)
- Als dit ongemak iets níét van mij vraagt (nog niet): wat is dat dan? (Bijv. forceren, beslissen, presteren, oplossen.)
- Welke zachtere houding zou ik deze week kunnen oefenen tegenover mezelf? (Eén kleine intentie is genoeg.)
Sluit af met deze zin (en maak ’m af):
“Misschien hoef ik dit niet te fixen, maar alleen te …”