
Wanneer is het méér dan een dip? De stille sluiproute van depressie
Soms zeggen mensen: “Het gaat wel.” En wat ze eigenlijk bedoelen is: “Ik voel me al weken leeg, maar ik weet niet hoe ik het moet uitleggen.”
Misschien herken je het. Je lacht op de juiste momenten, maar voelt er niets bij. Je doet wat moet, maar alles kost moeite. Je reageert op appjes, maar alleen omdat je niet wil dat iemand zich zorgen maakt. En ondertussen denk je misschien: “Zit ik mezelf aan te stellen, of is dit gewoon… iets wat overgaat?”
Van somber naar afgevlakt: wanneer is het méér dan een dip?
Iedereen heeft weleens een week waarin het leven als een pot grijze verf voelt. Regen, deadlines, hormonale schommelingen, te weinig slaap – logisch dat je stemming dan wiebelt. Maar bij een depressie is het anders. Het is alsof er langzaam een doffe deken over alles wordt gelegd. Niet één grote klap, maar een langzame verdwijning van zin, kleur, urgentie.
Een klant omschreef het zo:
> "Het is alsof ik naar mijn eigen leven kijk alsof het een film is. Ik zie de scènes, hoor de dialogen, maar voel me er totaal niet mee verbonden."
Een ander vertelde:
> "Ik had altijd zin in muziek. Maar ik besefte ineens dat ik Spotify al weken niet had aangeraakt. Niet bewust. Ik voelde gewoon… niks."
Stemmingswisselingen versus depressie: het verschil zit in de beweging
Bij stemmingswisselingen zit er *ritme* in je gevoel. Je hebt ups, downs, betere dagen, mindere momenten. Zelfs een diepe dip heeft dan vaak een schommelend karakter. Maar bij een depressie:
- Is er nauwelijks nog variatie
- Voel je jezelf afgevlakt of vervreemd
- Voelt zelfs iets leuks als “te veel gedoe”
- Krijgt motivatie plaatsvervangende schaamte: “Waarom kan ik mezelf niet gewoon bij elkaar rapen?”
Je staat nog aan, maar het voelt alsof het innerlijke snoer is doorgeknipt.
Wat depressie met je brein doet (en waarom je geen aansteller bent)
Wetenschappelijk gezien is er tijdens een depressie veel aan de hand:
- De prefrontale cortex (voor motivatie, plannen, overzicht) draait op halve kracht
- De amygdala (je alarmsysteem) draait overuren
- Het beloningssysteem is trager: dingen voelen niet meer als “de moeite waard”
- Je slaap-waakritme raakt ontregeld, wat stemmingen verder destabiliseert
Onderzoek van Drevets (2001), Mayberg (1997) en Nestler & Carlezon (2006) toont aan: langdurige stress verandert je neurochemie. Je gaat anders voelen, denken en reageren.
Waarom het zo lastig is om het op tijd te herkennen
De meeste mensen die in een depressie glijden, doen dat geleidelijk. Vaak zonder dat ze het doorhebben.
Een man vertelde:
> "Ik was al een tijd somber, maar dacht: het komt door de drukte op werk. Tot ik op een dag drie keer vergat of ik mijn tanden al had gepoetst. Ik stond gewoon stil voor de spiegel en voelde me een soort lege huls."
We zijn opgegroeid met zinnen als:
- “Niet zeuren, gewoon doorgaan.”
- “Er zijn mensen die het erger hebben.”
- “Je moet dankbaar zijn.”
Dus we relativeren. Ontkennen. En zetten onszelf weg als zwak.
Terwijl depressie zelden iets is dat je overkomt in één moment — het is vaak een jarenlang patroon van doorzetten terwijl je innerlijk al op was.
Tussen herkenning en verwarring: de zelfdiagnose-trend
We leven in een tijd waarin psychische klachten eindelijk bespreekbaar zijn. En dat is goed nieuws. Er is méér openheid, méér bewustzijn. Platforms als TikTok en Instagram staan vol met video’s over ADHD, burn-out, depressie of trauma. Voor veel mensen betekent dat: herkenning. Opluchting. “Hé, dit ben ik.”
Maar er zit ook een keerzijde. Wat als we te snel denken dat we weten wat we hebben? Wat als we herkenning verwarren met diagnose?
Een verhaal uit de praktijk:
Een jonge vrouw van 24 kwam in coaching. Ze zei: “Ik denk dat ik depressief ben. En misschien heb ik ook ADHD, want ik herken me in álles wat ik zie online.”
Ze had last van vermoeidheid, concentratieproblemen en geen zin meer in sociale contacten. Maar na wat gesprekken bleek vooral: ze sliep slecht, stelde onrealistisch hoge eisen aan zichzelf en had geen moment rust in haar dag.
Wat ze nodig had? Begrenzing. Zelfzorg. Herstel. Niet per se een label, maar een zachtere manier van kijken naar haarzelf.
Waarom dit uitmaakt
Als iedereen zichzelf een stempel geeft, raken we iets kwijt: namelijk de ernst van mensen die wél kampen met een klinische depressie. Voor hen is het geen fase. Geen off-day. Geen mislukte maandag.
Het is een systeem van leegte, dofheid en onvermogen om zich verbonden te voelen. Psychiater Damiaan Denys verwoordde het zo:
> “We zijn massaal bezig met onszelf diagnosticeren, maar vergeten ondertussen dat lijden niet altijd een stoornis is — en dat een stoornis iets anders is dan lijden.”
Dat onderscheid is geen ontkenning van jouw gevoel. Het is een pleidooi voor zorgvuldigheid én ruimte voor nuance.
Wat kun je doen als je twijfelt?
- Noem wat je voelt, ook als het geen label heeft. Woorden als leeg, vlak, onverschillig, verdwaald zijn net zo geldig als 'depressief'.
- Laat twijfel geen reden zijn om te zwijgen. Je hoeft niet zeker te weten wat er is om hulp te mogen vragen.
- Gebruik sociale media als spiegel, niet als diagnosecentrum. Wat raakt je? Wat schuurt? Wat roept vragen op? Neem dát mee naar een gesprek met iemand die kan helpen.
- Ga op zoek naar echte verbinding. Een warm mens is altijd beter dan het beste algoritme.
Tot slot – Je bent niet zwak. Je bent moe.
Niet moe van iets kleins. Maar moe van jarenlang sterk zijn. Van overleven, maskers dragen, inslikken, doorgaan. Dus als je je hierin herkent:
- Je stelt je niet aan.
- Je hoeft geen label te dragen om hulp te verdienen.
- Je bent niet kapot.
- Je bent aan het zoeken.
En dat is oké. Laat je niet afschrikken door twijfel. Want hulp vragen is niet voor de mensen die het zeker weten. Het is voor mensen die voelen dat het niet meer klopt. En dat alleen al, is reden genoeg om je hand op te steken.