Weten is nog geen leven en waarom dat geen persoonlijk falen is
Je weet het wel, maar je leeft er nog niet naar. En dat is geen falen. Over inzicht toepassen, het zenuwstelsel en waarom voelen tijd nodig heeft.
Er zijn van die momenten waarop je alles eigenlijk al wéét. Je kent je waarden. Je voelt wat klopt. Je intuïtie is aanwezig. En tóch… raak je het even kwijt.
Niet omdat je niet bewust genoeg bent. Maar omdat er ineens andere mensen zich er tegenaan bemoeien.
Als weten begint te wiebelen
Onlangs werkte ik met een klant die normaal gesproken haar intuïtie feilloos aanvoelt. Ze weet wat ze wil. Ze voelt wanneer iets klopt. Ze durft keuzes te maken. Tot ze haar keuze begon te delen met haar omgeving. Goedbedoelde adviezen. Vragen vol zorg. Suggesties verpakt als betrokkenheid. En langzaam sloop er twijfel naar binnen.
Niet omdat haar keuze ineens niet meer klopte — maar omdat ze zichzelf begon te bekijken door de ogen van anderen.
Wat we deden was bijna kinderlijk simpel. We brachten alles terug naar de basis:
- Welke keuzes zijn er écht?
- Welke kernwaarden liggen daaronder?
- En: welke keuze past bij jou, als je die bril weer opzet?
Op dat moment ontspande haar lijf. Alsof haar systeem zei: oh ja… dit wist ik al. Niet omdat er nieuwe inzichten kwamen. Maar omdat ze weer even loskwam van het referentiekader van anderen.
Waarom input voor de één zwaarder voelt dan voor de ander
Wat hier vaak onder zit — en wat we zelden benoemen — is hoe verschillend mensen informatie verwerken. Sommige mensen leggen de buitenwereld naast hun innerlijk kader en toetsen alles aan wat ze vanbinnen voelen.
Anderen — en daar herken jij jezelf misschien in — leggen hun innerlijk kader naast de buitenwereld en houden hierbij de buitenwereld aan als leidraad.
Geen van beide is beter. Maar ze werken fundamenteel anders. Voor de eerste groep kan input van anderen licht voelen. Niet ingrijpend. Soms nauwelijks iets om over na te denken.
Voor de tweede groep komt diezelfde input dieper binnen. Omdat het niet alleen informatie is, maar iets dat raakt aan identiteit, waarden en veiligheid. En dát maakt het zo begrijpelijk dat het soms frustrerend is om te zien hoe anderen zonder enige twijfel hun eigen plan volgen. Alsof het niets is. Niet omdat jij zwakker bent. Maar omdat jouw innerlijk systeem simpelweg minder meedoet.
Als je hoofd het niet meer weet, weet je zenuwstelsel vaak al genoeg
Wat we in zulke momenten vaak proberen, is nóg harder nadenken. Nog een analyse. Nog een afweging. Nog een rondje twijfel.
Maar juist dan staat je zenuwstelsel vaak al aan. Je lijf registreert continu:
- wat veilig voelt
- wat spanning geeft
- waar ruimte zit
- en waar iets schuurt
Niet in woorden. Maar in signalen. Hoe meer externe meningen, hoe sneller dat systeem overbelast raakt.
Een korte oefening om weer te luisteren
Niet om dé waarheid te vinden. Maar om terug te keren naar je lijf.
- Ga rustig staan of zitten.
- Voel je voeten of je zitvlak.
- Begin met een basisvraag - dit is een vraag waarvan je het antwoord zeker weet.
- Bijvoorbeeld: “Is mijn naam …?” of “Sta ik nu hier?”. Stel één vraag met *ja* als antwoord en daarna één met een duidelijk *nee*.
- Observeer alleen, beweegt je lichaam subtiel:
- naar voren?
- naar achteren?
- of misschien opzij?
Zo ontdek je wat in jouw lijf ja is en wat nee betekent. Pas daarna stel je een echte vraag. Klein. Concreet. Eén tegelijk. Niet om te beslissen, maar om te luisteren. Vaak is dát al genoeg om de ruis zachter te maken.
En dan… doe je het zelf ook gewoon “tegen beter weten in”
Laat ik eerlijk zijn: ik sta hier niet boven. Begin dit jaar nog. 07.00 uur. Sneeuw. Bevroren straten. Gladheid. Ik voelde al dat het eigenlijk niet klopte. Maar ik liet een extern verhaal winnen: Wat zullen ze wel niet denken als ik er niet fysiek ben?
Tijdens het rijden begon het bekende circus:
- Waarom doe je dit?
- Je weet dit toch beter?
- Zie je wel…
Een uur lang glijpartijen, hartverzakkingen en dichtgeknepen billen later kwam ik veilig aan. En pas toen zag ik het helder: Dit ging niet over gladheid. Dit ging over welk kader ik leidend liet zijn.
Inzicht toepassen is geen schakelaar
We denken vaak dat persoonlijke ontwikkeling zo werkt:
Je krijgt een inzicht → je leeft ernaar → klaar.
Maar zo werkt het niet. Inzicht woont in je hoofd. Belichaming woont in je lijf. En je lijf laat zich niet overtuigen. Het leert via ervaring, herhaling en veiligheid.
👉 Dit is geen falen. Dit is oefenruimte.
👉 Er is niks mis met jou.
Brood. Altijd brood...
Denk aan brood bakken. Je kunt het recept perfect kennen. Maar als je het deeg geen tijd geeft om te rijzen — als je het forceert omdat je denkt dat het “nu toch wel zou moeten” — dan krijg je geen brood.
Je lijf is dat deeg. Inzichten zijn het recept. Je zenuwstelsel bepaalt het tempo.
Selectief luisteren is zelfzorg
Niet iedereen die iets tegen je zegt, spreekt vanuit jouw plek. Mensen projecteren — vaak onbewust. Dat maakt hen niet fout. Maar het vraagt wel dat jij weet hoe jij werkt.
Zodat je:
- jezelf niet hoeft af te keuren
- niet hoeft te verharden
- en niet hoeft te denken dat je “te gevoelig” bent
Maar kunt zeggen:
- Dit past bij mij.
- Dit niet.
- En dat is oké.
Dus als je dit herkent…
Als je denkt:
- “Waarom voelt dit voor mij zo groot?”
- “Waarom weet ik het wel, maar leef ik het nog niet?”
Weet dan dit: je zenuwstelsel is geen obstakel. Het is een raadgever.
Weten is nog geen leven. Maar voelen brengt je onderweg.
Reflectievraag: Wat verandert er als je jouw lijf niet ziet als iets dat achterloopt, maar als iets dat je probeert te beschermen?