
Wie ben ik als niemand mij nodig heeft? (Over pleasen loslaten en eigenwaarde)
Voel jij je vooral waardevol als je nodig bent? Ontdek wat pleasen loslaten doet met je eigenwaarde en identiteit in relaties.
In mijn vorige blog schreef ik dat één kleine ‘nee’ soms meer verandert dan tien grote plannen. Dat klinkt overzichtelijk. Haalbaar. Bijna praktisch. Maar wat ik niet schreef, is wat er kan gebeuren nadat je die kleine ‘nee’ daadwerkelijk uitspreekt.
Want soms verandert er niet alleen iets in je agenda.
Soms raakt het aan je identiteit. Want als ik niet altijd beschikbaar ben… Als ik niet altijd degene ben die oplost, draagt of redt…
Wie ben ik dan nog?
Die vraag kwam niet in theorie. Die kwam in een vriendschap waarvan ik dacht dat die stevig was. Hecht. Veilig. Wederkerig. (En dit is mijn beleving. Mijn kant. Niet de objectieve waarheid.)
Ik was niet altijd uit mezelf beschikbaar. Ik was niet altijd licht of makkelijk. Ik had depressieve periodes. Ik trok me terug. Ik had weinig te geven. Maar als ze me nodig had?
Dan was ik er. Altijd. Ze hoefde maar te zeggen: “Ik heb je nodig.” En ik schoof alles aan de kant.
Ik vond daar iets van mezelf terug. Een bewijs. Een rechtvaardiging. Zie je wel — ik doe ertoe. Terwijl ik haar niet echt vroeg om er voor mij te zijn. Want diep vanbinnen had ik al besloten dat daar geen ruimte voor zou zijn.
En toen kwam het moment dat ik zei dat ik leeg was. Dat ik niets meer kon dragen. Dat ik begrip nodig had. En ik voelde me afgedankt. Als een gebruiksvoorwerp. Prima zolang het werkt. Overbodig zodra het hapert.
Dat is mijn gevoel. Niet per se de waarheid. Maar het gevoel was scherp. Vernederend bijna. En onder die pijn zat een nog pijnlijkere vraag: Wie ben ik als niemand mij nodig heeft?
Pleasen loslaten voelt als identiteitsverlies
Ik voel me waardevol als ik nodig ben. Dat klinkt bijna nobel. Zorgzaam. Lief. Maar als ik eerlijk ben, zat er ook iets anders onder. Nodig zijn gaf me controle.
Als jij mij nodig hebt, weet ik waar ik sta. Dan hoef ik niet te raden of ik goed genoeg ben. Dan heb ik bewijs. En misschien — dit is de ongemakkelijke — was ik liever onmisbaar dan gelijkwaardig.
Want gelijkwaardigheid vraagt dat ik ook ontvang. Dat ik zichtbaar word in mijn behoeftes. Dat ik het risico loop dat iemand niet komt opdagen. Dus ja, dit gedrag had ooit een functie. Het gaf veiligheid. Maar ik heb het ook zelf in stand gehouden.
Dat besef schuurt. Omdat het makkelijker is om boos te zijn op de ander dan eerlijk te kijken naar mijn eigen aandeel.
Wat het kost om altijd nodig te zijn
Het kost energie. Dat weten we. Maar het kost meer. Het kost kansen. Want als jij altijd beschikbaar bent, wanneer bouw je dan iets voor jezelf?
Het kost identiteit. Wie ben jij als je niet zorgt, niet oplost, niet draagt?
Het kost gelijkwaardigheid. Relaties raken uit balans wanneer één persoon structureel geeft en de ander vooral ontvangt.
En het kost verbinding. Want wanneer ik alleen maar ter beschikking sta, is er geen ruimte om mij echt te leren kennen. Geen ruimte voor iemand om mij vast te houden.
Geen ruimte om samen te dragen. Dan ben ik nodig. Maar niet gezien.
En toen ik niets meer te geven had, bleef er weinig over. Dat sneed.
Mogen we stoppen met pleasen?
En dan komt de volgende laag. Stel dat ik pleasen loslaat.
Dat ik mijn eigenwaarde niet langer koppel aan nodig zijn. Mogen we dat wel?
Blijven mensen dan? Vinden ze ons nog aardig? Ben ik nog interessant zonder mijn zorg, mijn beschikbaarheid, mijn draagkracht? Of word ik inderdaad overbodig? Doe ik er dan nog wel toe?
Er zit twijfel. Er zit angst. Er zit schaamte. Soms word ik moe van mezelf als ik zie hoe diep dit patroon zit. Hoe veilig het nog steeds voelt om me nuttig te maken in plaats van kwetsbaar.
Maar veiligheid en vervulling zijn niet hetzelfde. Dat leer ik langzaam.
Wat als je niets hoeft te bewijzen?
Dit gaat niet over stoppen met zorgen. Niet over minder liefdevol worden. Het gaat over loslaten dat je bestaansrecht afhankelijk is van je bijdrage. Voor mij begint dat bij kleine momenten.
Wanneer ik merk dat ik me beter voel door te zorgen, vraag ik mezelf: Voel ik me beter… of voel ik me onmisbaar? Zorg ik nu uit liefde? Of uit angst om niet gekozen te worden? Misschien begint het daar.
Bij één moment waarop je niets oplost. Bij één keer dat je blijft zitten in je eigen ongemak. Bij één kleine verschuiving van “wat kan ik geven?” naar “wie ben ik eigenlijk?” En misschien helpt het om dat eens op papier te zetten. Niet wat je doet. Niet wat je draagt. Maar wie je bent als je niets hoeft te bewijzen. Gewoon voor jezelf.
Soms begint eigenwaarde niet bij een grote doorbraak.
Maar bij een stille, eerlijke ontmoeting. Met jezelf.
💛 Je Gelukscheerleader











