
Het frisse begin dat je onzeker maakt (en waarom januari zoveel stress geeft)
Januari zou een frisse start moeten zijn, maar voor veel mensen voelt het eerder als druk dan als ruimte.
Nieuw jaar stress, goede voornemens en verwachtingen van buitenaf zorgen ervoor dat zelfs zelfzorg ineens zwaar kan voelen. Als jij in januari eerder de januari blues ervaart dan nieuwe energie, dan ben je niet kapot — je bent mens.
Januari heeft iets magisch. En tegelijkertijd iets bloedirritants.
Het is die maand waarin iedereen ineens collectief besluit dat nu het moment is. Voor een nieuw leven. Nieuwe gewoontes. Nieuwe jij. Alsof er op 31 december om 23:59 nog niets telde, en je op 1 januari wakker wordt met een onzichtbaar Excel-bestand waarin alles opnieuw beoordeeld mag worden.
Een paar jaar geleden merkte ik hoe hard dat binnenkwam. De vragen begonnen al vroeg:
- “Wat zijn je goede voornemens?”
- “En… hoeveel kilo wil je afvallen dit jaar?”
En elke keer voelde ik diezelfde knoop in mijn maag. Niet omdat ik geen dromen had. Maar omdat ik wél terugkeek. En zag dat de doelen die ik mezelf de jaren ervoor had gesteld, opnieuw niet waren gelukt. Niet omdat ik lui was. Of ongemotiveerd. Maar omdat depressieve periodes mijn focus keer op keer onderuit haalden. Omdat overleven soms al een dagtaak was.
Toch voelde het, door die vragen, alsof ik iets moest verdedigen. Alsof ik tekortgeschoten was.
Januari als vergrootglas op jezelf
Wat het extra verwarrend maakte? Ik was al bezig. Al vóór januari. Ik was in oktober begonnen met meer groente eten. Niet vanuit een strak plan. Niet met een doel op de weegschaal. Maar omdat mijn lijf erom vroeg. Omdat ik beter voor mezelf wilde zorgen.
Drie maanden lang merkte niemand het op. Tot januari. Ineens kwamen de opmerkingen:
- “Oh, ben je aan het afvallen?”
- “Goed hoor, lekker bezig!”
En daar ging het mis. Niet omdat afvallen per se fout is. Maar omdat er ineens een ander verhaal op mijn gedrag werd geplakt. Wat voor mij ging over zelfzorg, werd door de buitenwereld vertaald naar: je lichaam moet anders.
En hoe vaker die koppeling werd gemaakt, hoe lastiger het werd om dit gezonde gedrag vast te houden. Want diep vanbinnen was ik juist bezig met iets anders: weg van de overtuiging “ik ben niet goed genoeg (en dus te dik)” en richting “ik hou van mezelf, dus ik zorg beter voor mezelf.”
En die twee verhalen — zelfliefde versus zelfafwijzing — kunnen niet naast elkaar bestaan. Ze trekken aan je. Ze maken je moe. Ze zorgen voor nieuw jaar stress.
De absurditeit van het frisse begin
Wat januari zo verwarrend maakt, is niet dat we willen veranderen. Het is dat we doen alsof verandering alleen telt als hij nieuw, zichtbaar en meetbaar is. Alsof een gewoonte pas serieus is wanneer hij in januari start.
Alsof zorg voor jezelf pas geldig is wanneer iemand anders er een label op plakt. Alsof bewustwording automatisch moet leiden tot actie — en het liefst snel ook. En als dat niet lukt? Dan noemen we het de januari blues en gaan we streng doen.
Wanneer anderen aan jouw deeg zitten
Wat hier gebeurt, is niet zwak. En ook geen gebrek aan zelfliefde. Het is iets heel menselijks. Je kunt het vergelijken met brood bakken.
Jij staat in je eigen keuken. Je kent je deeg. Je voelt dat het rust nodig heeft. Dat het tijd mag krijgen. Je bakt niet voor een prijs, maar om jezelf te voeden. En dan komt er iemand langs die zegt:
- “Oh, dus je wilt een knapperiger korst?”
- “Wanneer is het klaar?”
Op zichzelf onschuldige opmerkingen. Maar ineens begin je te twijfelen. Ga je sneller kneden. Zet je de oven hoger. Niet omdat het deeg dat nodig heeft — maar omdat het verhaal van buitenaf het proces overneemt.
Zo werkt het ook met ons gedrag.
Jij kunt heel helder weten: “Ik eet gezonder omdat ik mezelf liefde waard vind.”
Maar zodra de omgeving daar een ander doel aan koppelt — “Hoeveel wil je afvallen?” — raak je aan oude overtuigingen. En die zijn luid.
Dan gaat het innerlijke koor meteen aan:
- Zie je wel, je bent niet goed genoeg.
- Dit moet je volhouden, anders faal je weer.
- Je lichaam is het probleem.
En voor je het weet bak je niet meer vanuit zorg, maar vanuit druk.
Nieuw jaar stress en je innerlijke referentiekader
Wat hier onder zit, is subtiel maar bepalend. Een deel van ons stemt zijn innerlijke referentiekader af op wat er buiten ons gebeurt. Op reacties. Op vragen. Op verwachtingen.
Maar zolang je deeg zich laat leiden door stemmen in de keuken, verliest het contact met wat het nodig heeft.
De beweging die hier helpend is — zacht, maar essentieel — is je uiterlijke referentiekader afstemmen op wat er binnen in jou zit, in plaats van andersom.
Dus niet:
- “Wat denken zij dat dit betekent?”
Maar:
- “Waarom doe ík dit?
- Wat voedt dit in mij?
- En welk verhaal hoort hier voor mij bij?”
In mijn geval betekende dat steeds opnieuw terugkeren naar mijn eigen uitleg. Niet afvallen, maar verzorgen. Niet verbeteren, maar liefhebben.
Een ander soort begin in januari
Misschien is dit frisse begin er niet om jezelf opnieuw uit te vinden. Maar om verwachtingen los te laten. Om te erkennen waar je staat, zonder daar meteen een verbeterplan op te plakken.
Misschien hoeft januari niet te gaan over nieuwe gedragingen, maar over nieuwe betekenissen.
Wat als:
- beter eten, niet gaat over afvallen, maar over luisteren
- minder druk, niet gaat over opgeven, maar over afstemmen
- dit jaar niet begint met “ik moet”, maar met “ik mag zorgen”.
Dan is het ineens niet zo spannend meer. Dan hoef je jezelf niet te fixen. Dan mag je gewoon beginnen — middenin je leven, met alles wat er al is.
En dat… dat is misschien wel het meest frisse begin dat er bestaat.











