
Zo wil ik het eigenlijk niet meer — hoe mijn wereld ongemerkt kleiner werd
Soms heb je maar één klein moment nodig om te zien dat je al een tijd niet meer echt aanwezig bent in je eigen leven.
Dat moment had ik toen Styxx op mijn schoot lag. Ik zat in mijn stoel in mijn praktijk. Met een deken om me heen. En ineens dacht ik:
Zo wil ik het eigenlijk niet meer.

Niet omdat er iets groots gebeurde. Maar juist omdat het zo klein was. Een kat op schoot. Een paar tranen. En een gedachte die ineens glashelder binnenkwam.
Hoe ben ik hier eigenlijk weer terechtgekomen?
Want het gekke is: zoiets gebeurt nooit in één keer. Je wordt niet op een ochtend wakker en denkt:
Vandaag lijkt me een mooie dag om mezelf een beetje kwijt te raken.
Het gebeurt subtieler. Langzamer. Onopvallender.
Als ik er nu op terugkijk, begon het eigenlijk al na het overlijden van Duveltje. Duveltje was een lief schildpadkatje van zestien jaar. Op haar eerste zes maanden na had ze haar hele leven bij ons gewoond.
Sommige dieren groeien zo vanzelfsprekend met je leven mee dat je pas beseft hoeveel ruimte ze innemen… wanneer ze er niet meer zijn.
Vijftien-en-een-half jaar lang werd ik wakker met haar. Stond ik op met haar. En sliep ik met haar. Ze was echt mijn therapiekatje.
Aan haar kon ik vaak eerder zien wat ik nodig had dan aan mezelf. Haar zien, horen, voelen en ruiken was vaak al genoeg om me weer thuis en veilig te voelen. Ze lag altijd op of tegen me aan.
En hoewel ze absoluut niet van kusjes hield, was ik de enige bij wie ze het toeliet. Na zo’n kusje ging ze zich altijd demonstratief net buiten mijn bereik wassen… om vervolgens weer bij me op schoot te kruipen. Mijn monstertje.
Duveltje en ik waren zo hecht dat ik haar, wanneer we ergens anders sliepen, in mijn slaap riep. En toen ze er niet meer was, voelde het alsof er met haar ook iets essentieels uit mijn eigen leven was verdwenen.
Alsof er ergens een stekker uit was getrokken. Natuurlijk waren er ondertussen ook weer kittens in huis. En Gotham. Het vriendinnetje van Duveltje.
We merkten al snel dat het verlies haar ook hard raakte. Zo hard dat we bang waren haar ook te verliezen als ze alleen zou blijven.
Dus maakten we een keuze die voor mij eerlijk gezegd best ingewikkeld voelde. We haalden kittens in huis. Niet omdat ik daar al klaar voor was. Integendeel. Een deel van mij vond het zelfs een beetje respectloos naar Duveltje.
Maar soms maak je keuzes omdat ze nodig zijn, niet omdat ze emotioneel perfect voelen.
En achteraf gezien was het een van de beste beslissingen die we konden nemen. Voor Gotham. En uiteindelijk ook voor ons. Maar voor mij voelde het lange tijd gewoon niet hetzelfde. Ik was er wel. Maar niet echt.
Als ik er nu op terugkijk, was ik in die periode niet echt aan het leven. Ik was het vooral aan het volhouden. En zelfs dat lukte soms maar net. Ik deed wat er gedaan moest worden.
Werk.
Huishouden.
Slapen.
En verder zat ik vaak gewoon stil in mijn stoel. Naar buiten te staren. Niet omdat daar iets te zien was. Maar omdat ik even niet wist waar ik anders moest zijn.
Ondertussen was ik er nog steeds voor anderen. Voor mijn klanten. Voor de mensen om me heen. Daar was ik zelfs best goed in. Ik kon nog steeds de Geluks Cheerleader zijn. Maar als ik eerlijk ben…
Ik was er nog wel voor anderen. Maar voor mezelf eigenlijk al een tijdje niet meer.
En precies daar werd mijn wereld ongemerkt kleiner. Niet omdat er minder mogelijk was. Maar omdat alles wat ooit kleur gaf aan mijn leven langzaam was weggefilterd.
De creatieve uitspattingen. De momenten waarop mijn gedachten mochten afdwalen. De kleine dingen waar mijn hart sneller van ging kloppen.
De fantasie.
De kleur.
De geur.
Het was er gewoon niet meer. Mijn leven bestond eigenlijk nog maar uit drie dingen:
- slapen
- werken
- en het huishouden draaiend houden.
En ergens onderweg was ik dat zelf normaal gaan vinden. Totdat ik daar zat. Met Styxx op mijn schoot. En ineens zag wat ik al een tijdje niet had willen zien.
Dit is waar het schuurt
Want ergens wist ik het natuurlijk wel. Dat ik mezelf een beetje was kwijtgeraakt. Niet helemaal. Maar genoeg om te voelen dat iets niet meer klopte. En dat is een ongemakkelijke plek om eerlijk naar te kijken.
Omdat het betekent dat je moet erkennen dat niemand anders je leven kleiner heeft gemaakt. Dat heb je uiteindelijk zelf gedaan. Niet bewust. Niet expres. Maar wel stukje bij beetje.
Het kantelpunt
Het goede nieuws is: dit soort momenten zijn zelden het einde van iets. Ze zijn meestal het begin. Het begin van weer iets zien wat je eerder niet wilde of kon zien.
Het begin van weer een klein beetje wakker worden. Niet groots. Niet dramatisch. Maar gewoon een kleine gedachte zoals die van mij die avond: Zo wil ik het eigenlijk niet meer.
Een klein experiment
Misschien herken je dit. Dat moment waarop je ineens merkt dat je een beetje uit je eigen leven bent verdwenen. Als dat zo is, stel jezelf dan vandaag eens een eenvoudige vraag:
Waar ben ik mezelf de afgelopen tijd een beetje kwijtgeraakt?
Niet om jezelf te veroordelen. Maar gewoon om te zien.
Want vaak begint verandering niet met een groot plan. Maar met één eerlijk moment van aandacht. En soms begint het zelfs nog eerder. Namelijk bij het besef dat weten dat iets anders moet… nog niet betekent dat je ook anders leeft.
Maar dat is een verhaal voor een volgende keer.
Dit is waar het schuurt.
💛 Je Geluks Cheerleader







